Les LO ivm ruimte- en lichaamsbegrippen

0

 

 

  Lesgever : Kristel Hinssen

Klas: O2

Datum en uur : 13.10.2006/14u30-15u25

O.L.

  Stageschool: B.S.G.O. De Reinpad – Gelieren

Klassituatie : 24 lln

P.L.

  Stageklas 1ste leerjaar

Mentor:

T.L.

 

  Leergebied : L.O.

Domein: Grootmotorische vaardigheden en acties in gevarieerde situaties

  Lesonderwerp: Ruimte – en lichaamsbegrippen

 

1a. Didactische beginsituatie

·        Leerinhoud : (o.a. begrippen, relaties, oplossingsmethoden):

De lln kunnen:

/

1b. Analyse van de leerinhoud i.f.v. de doelstellingen[1]

W

I

T

 

 

 

 

 


 

 

2a. Leerplandoelstellingen/eindtermen

De lln kunnen:

ET. eenvoudige tikspelletjes, binnen een afgebakende ruimte en met duidelijk zichtbare tikkers, uitvoeren waarbij de eigen individuele prestatie primeert,

1.17 beheersen fundamentele bewegingsvaardigheden die nodig zijn om een eenvoudig bewegingsspel zinvol te kunnen spelen in eenvoudige sport- en spelsituaties.

3.3* nemen deel aan bewegingsactiviteiten in een geest van fair play.

1.18 kunnen eenvoudige spelideeën uitvoeren in eenvoudige bewegingsspelen.

1.19 kunnen zich in een spel inleven en hierbij verschillende rollen waarnemen.

1.20 passen de afgesproken spelregels toe en aanvaarden de sancties bij overtredingen.

2.2*ontwikkelen uithouding, kracht, lenigheid, snelheid en spierspanning om de motorische competenties te bereiken.

 

 


 

2b. Doelstellingen voor deze les

Op het einde van de les zijn de leerlingen in staat om …

Te stappen op verschillende ritmes,

 

Op een fluitsignaal de gegeven opdracht uit te voeren,

Opdrachten ivm ruimte- en lichaamsbegrippen zelfstandig uit te voeren,

De bewegingen van hun teamgenoot na te doen en zelf bewegingen uit te vinden,

Een tikspel met de gegeven instructies uit te voeren,

Eenvoudige zintuispelen uit te voeren

De afspraken na te leven

 


 

Timing

SUBDOELEN

WERKVORMEN + LEERACTIVITEITEN

ORGANISATIE + FIG. LEERSTOFVOORSTELLING

8 min

 

Opwarming =>opdrachtvorm

1a. De lkr slaat verschillende ritmes op haar trom en de lln stappen op het ritme.

De lkr verwoordt zinnen hoe de lln zich moeten bewegen.

Vb: ‘Nu huppelen we zoals kleine kaboutertjes’(=loopoefening)

       ‘Nu maken we zware stappen zoals een reus’

       ‘Nu springen we op 1 been zoals een flamingo’ ‘Nu op het andere been’

(=evenwichtoefening)

Wenk: De lln moeten verspreid staan in de zaal.

Afspraak: De lln mogen niet tegen elkaar botsen.

Lkr deelt ballen uit.

1b. De lln blijven op hun plaats staan en spreiden hun benen.

De lln houden de bal met gestrekte armen boven het hoofd en halen deze terug naar beneden. X10(=krachtoefening)

De lln houden de bal met gestrekte armen voor hun buik en trekken de bal naar hun buik toe. X10(=krachtoefening)

De lln tikken de grond met de bal in in hun handen en hun rug naar onder gebogen. (=lenigheidmakende oefening)

Wenk: De armen moeten gestrekt zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

5 min

 

 

 

 

 

 

8 min.

 

 

 

 

 

5 min.

 

 

 

 

 

5 min.

 

Kern

2a. =>opdrachtvorm

De lln lopen kriskras door de zaal op het beginsignaal van de lkr.

Lkr fluit 1 x => lln liggen 5 tellen op hun buik.

Lkr fluit 2x => lln liggen 5 tellen op hun rug.

Daarna komt er 1 oef bij:

Lkr 3 x => lln staan recht en houden de handen op het hoofd.

2b. Jantje zegt =>spelvorm

De lln staan verspreid over de zaal.

De lkr zegt zinnen ivm lichaams – en ruimtebegrippen die de lln moeten uitvoeren.

Vb: Jantje zegt handen op de buik terwijl de lkr de handen op de hoofd houdt.

       Jantje zegt doe een stap vooruit,…

Als je een opdracht fout hebt uitgevoerd ben je uitgesloten.

2c. =>opdrachtvorm

De lln staan per 2, als er 1 lln alleen staat moet deze samen werken met de lkr. De lln staan achter elkaar. De 1ste ll moet nadoen wat de 2de ll doen.

Vb: een stap vooruit, handen op de buik, liggen op de rug,…

Daarna worden de rollen omgedraaid en mag de andere ll de bewegingen voordoen.

2d. Tikspel =>spelvorm

Er is 1 tikker en er zijn 8 hoepels verspreid door de zaal.

De lln moeten van de ene kant naar de andere kant lopen zonder dat de tikker hen aantikt.Maar er zijn ook 8 hoepels in de zaal die gebruikt kunnen worden als schuilplaats.

 

 

 

 

 

 

 

 </sp

No comments

Bol en Blok

hoe kleuters u van alles vertellen over vormeigenschappen