Hoe maak je een visie op digitale geletterdheid in het primair onderwijs?

Hoe maak je een visie op digitale geletterdheid in het primair onderwijs?

Een visie op digitale geletterdheid maak je door als schoolteam eerst samen te bepalen wat je onder digitale geletterdheid verstaat, wat je leerlingen nodig hebben en hoe dit past bij de schoolvisie. Daarna breng je in kaart wat je al doet, welke onderdelen nog ontbreken en welke keuzes je als school wilt maken. Vanuit die basis vertaal je de visie naar concrete doelen, lessen, materialen, professionalisering en een actieplan. Zo wordt digitale geletterdheid geen verzameling losse activiteiten, maar een duidelijke doorgaande lijn in de school.

Als leerkracht en specialist digitale geletterdheid zie ik dat veel basisscholen al van alles doen met digitale middelen. Er wordt gewerkt met digiborden, Chromebooks, tablets, mediawijsheidlessen en soms ook met programmeren of robots zoals de Bee Bot. Toch betekent dat niet automatisch dat er ook een duidelijke lijn is. Tijdens mijn master Onderwijs en Technologie werd voor mij steeds duidelijker dat digitale geletterdheid niet begint bij een methode of een nieuw programma, maar bij de vraag: wat willen wij onze leerlingen meegeven in een digitale samenleving? In dit artikel lees je hoe je binnen jouw school een stevige visie vormt over digitale geletterdheid.

Wat is digitale geletterdheid?

Digitale geletterdheid betekent dat leerlingen leren omgaan met digitale technologie, informatie, media en data. Het gaat niet alleen om apparaten gebruiken, maar ook om kritisch denken, veilig handelen, informatie beoordelen, media begrijpen en problemen stap voor stap oplossen.

Een kind dat snel een filmpje op YouTube kan vinden, is dus niet automatisch digitaal geletterd. Een leerling kan handig zijn met een tablet, maar nog niet weten of een bron betrouwbaar is. Een kind kan een presentatie maken, maar nog niet begrijpen wat privacy betekent. En een leerling kan een AI hulpmiddel gebruiken, maar nog niet goed beoordelen of het antwoord klopt.

Daarom gaat digitale geletterdheid in het onderwijs niet alleen over vaardigheden, maar ook over kennis, houding en bewustwording. Leerlingen moeten leren hoe digitale technologie werkt, hoe zij die technologie kunnen gebruiken en welke invloed technologie heeft op henzelf, op anderen en op de samenleving.

Waarom is een visie op digitale geletterdheid nodig?

Veel scholen hebben al losse activiteiten rond digitale geletterdheid. Denk aan lessen over veilig internet, een project over mediawijsheid, werken met het digibord, informatie zoeken voor een werkstuk of programmeren met een robot. Dat zijn waardevolle activiteiten, maar zonder gezamenlijke visie blijven het vaak losse onderdelen.

Een visie helpt om richting te geven. Je bepaalt samen wat je belangrijk vindt, wat je leerlingen wilt leren en hoe digitale geletterdheid past bij de onderwijsvisie van de school.

Zonder visie hangt digitale geletterdheid vaak af van toeval. Van die ene enthousiaste leerkracht. Van een ICT coördinator die er tijd voor heeft. Van een methode die toevallig is aangeschaft. Of van materiaal dat ergens in een kast ligt.

Dat herken ik zelf ook uit de praktijk. Er is op scholen vaak meer aanwezig dan je denkt. Een digibord, Chromebooks, Bee Bots, software, online oefenprogramma’s, lessen over mediawijsheid. Maar de vraag is niet alleen: wat hebben we allemaal? De betere vraag is: wat willen we hiermee bereiken?

Digitale geletterdheid wordt minder vrijblijvend

Digitale geletterdheid krijgt steeds meer aandacht in het primair onderwijs. SLO heeft in 2025 de definitieve conceptkerndoelen digitale geletterdheid gepubliceerd. Daarmee wordt duidelijker wat leerlingen moeten leren op het gebied van digitale technologie, media, informatie, data en computational thinking.

Ook de Inspectie van het Onderwijs heeft met het peilingsonderzoek digitale geletterdheid gekeken hoe basisscholen werken aan digitale geletterdheid en wat leerlingen aan het einde van de basisschool weten en kunnen. Daaruit blijkt dat scholen digitale geletterdheid belangrijk vinden, maar dat leerlingen wisselend scoren op verschillende onderdelen.

Voor mij bevestigt dat wat ik ook in de praktijk zie. We kunnen er niet zomaar van uitgaan dat kinderen digitaal vaardig worden omdat ze opgroeien met schermen. Kinderen hebben begeleiding nodig. Ze moeten leren zoeken, beoordelen, maken, begrijpen, twijfelen, praten en nadenken. Dat vraagt om onderwijs.

Begin niet bij de middelen, maar bij je onderwijsvisie

Een veelgemaakte fout is dat scholen starten bij de middelen. Dan gaat het gesprek meteen over de vraag welke methode je moet kopen, welke robots handig zijn, welke software goed is of of er meer Chromebooks nodig zijn.

Dat zijn logische vragen, maar ze komen eigenlijk te vroeg.

Digitale geletterdheid begint niet met spullen. Een Bee Bot maakt een school nog niet digitaal geletterd. Een digibord in iedere klas betekent niet automatisch dat leerlingen kritisch leren omgaan met digitale informatie. En een methode digitale geletterdheid zorgt niet vanzelf voor samenhang in het team.

De eerste vraag is daarom:

Wat willen wij dat onze leerlingen leren?

Pas daarna kun je bepalen welke middelen daarbij passen.

Kennisnet beschrijft bij visie ontwikkelen voor digitale geletterdheid ook dat je moet beginnen vanuit de waarden van de school. Welke uitgangspunten geven je onderwijs vorm? Wat vind je als school belangrijk? En hoe past digitale geletterdheid daarbij?

Wat valt er onder digitale geletterdheid?

Digitale geletterdheid bestaat uit meerdere onderdelen. Vaak wordt gedacht aan ICT vaardigheden, maar dat is maar een deel ervan. Je kunt digitale geletterdheid grofweg bekijken vanuit vier domeinen.

  1. ICT basisvaardigheden

Leerlingen leren omgaan met apparaten, programma’s en digitale omgevingen. Ze leren bijvoorbeeld typen, bestanden opslaan, inloggen, werken met een tekstverwerker of een presentatie maken.

  1. Informatievaardigheden

Leerlingen leren informatie zoeken, selecteren, beoordelen en verwerken. Ze leren bijvoorbeeld het verschil tussen een betrouwbare en minder betrouwbare bron, hoe je zoekwoorden kiest en hoe je informatie gebruikt zonder zomaar alles over te nemen.

  1. Mediawijsheid

Leerlingen leren hoe media werken en hoe zij zich bewust, veilig en verantwoordelijk gedragen in een digitale omgeving. Het gaat bijvoorbeeld over reclame, sociale media, privacy, online gedrag, beeldvorming en nepnieuws.

  1. Computational thinking

Leerlingen leren problemen logisch benaderen. Ze oefenen met patronen herkennen, stappenplannen maken, oorzaak en gevolg begrijpen, problemen opdelen en oplossingen testen. Dat hoeft niet altijd met een computer. Ook jonge kinderen kunnen hier al mee oefenen.

Over dat laatste schreef ik eerder in mijn artikel over computational thinking bij kleuters. Juist bij jonge kinderen kun je veel doen met spel, bouwen, sorteren, routes maken, volgordes leggen en samen nadenken.

Hoe maak je een visie op digitale geletterdheid?

Een visie ontwikkelen hoeft geen dik beleidsdocument te worden dat daarna in een map verdwijnt. Het moet juist een bruikbaar vertrekpunt zijn voor gesprekken, keuzes en lessen.

Hieronder beschrijf ik hoe je als schoolteam stap voor stap een visie kunt maken.

Stap 1: vorm samen een beeld van digitale geletterdheid

Begin met het gesprek: wat verstaan wij eigenlijk onder digitale geletterdheid?

In teams merk je vaak dat collega’s heel verschillende beelden hebben. De een denkt aan veilig internetten. De ander aan programmeren. Iemand anders denkt aan Chromebooks, digiborden of digitale oefensoftware. Weer iemand anders denkt aan AI, privacy of sociale media.

Dat verschil is niet erg. Het is juist een goed beginpunt. Je moet eerst weten hoe iedereen ernaar kijkt voordat je samen richting kunt bepalen.

Vragen voor het team:

  1. Wat verstaan wij onder digitale geletterdheid?
  2. Welke digitale vaardigheden hebben onze leerlingen nu al nodig?
  3. Waar zien wij kansen?
  4. Waar maken wij ons zorgen over?
  5. Welke onderdelen passen goed bij onze school?
  6. Welke onderdelen vinden wij nog lastig?

SLO noemt in het eigen stappenplan ook het vormen van een gemeenschappelijk beeld als eerste stap. Dat vind ik heel logisch. Zonder gemeenschappelijke taal wordt het lastig om samen keuzes te maken.

Stap 2: breng in kaart wat je al doet

Veel scholen doen al meer dan ze denken. Alleen noemen ze het niet altijd digitale geletterdheid.

Maak daarom eerst een overzicht. Kijk per bouw of per groep wat er al gebeurt.

Denk aan:

  1. Werken met het digibord
  2. Lessen over mediawijsheid
  3. Informatie zoeken bij wereldoriëntatie
  4. Presentaties maken
  5. Werken met Google Classroom, Word, PowerPoint of Canva
  6. Programmeren met Bee Bot, ScratchJr of andere tools
  7. Typevaardigheid
  8. Gesprekken over online gedrag
  9. Afspraken over wachtwoorden en privacy
  10. Digitale oefenprogramma’s voor taal of rekenen

Daarna kijk je waar nog weinig aandacht voor is. Misschien zoeken leerlingen wel informatie, maar leren ze nog niet goed hoe ze bronnen beoordelen. Misschien werken kinderen vaak met software, maar praten ze weinig over hoe technologie werkt. Misschien is er wel materiaal aanwezig, maar weten collega’s niet goed hoe ze het kunnen gebruiken.

Die analyse hoeft niet ingewikkeld te zijn. Een eenvoudige tabel met groepen, activiteiten en domeinen geeft vaak al veel inzicht.

Stap 3: verbind digitale geletterdheid aan de schoolvisie

Digitale geletterdheid moet geen los eiland worden. Dan voelt het al snel als iets dat erbij komt, terwijl het team al veel op het bord heeft.

De vraag is daarom: hoe past digitale geletterdheid bij wat wij als school toch al belangrijk vinden?

Een school die sterk inzet op zelfstandigheid kan digitale geletterdheid verbinden aan plannen, informatie zoeken, digitaal maken en presenteren.

Een school die veel aandacht heeft voor burgerschap kan digitale geletterdheid verbinden aan mediawijsheid, online gedrag, privacy en de invloed van technologie op de samenleving.

Een school die werkt met onderzoekend leren kan digitale geletterdheid verbinden aan vragen stellen, bronnen zoeken, data verzamelen, conclusies trekken en resultaten delen.

Een school die veel waarde hecht aan creativiteit kan leerlingen digitale middelen laten gebruiken om verhalen, animaties, podcasts, presentaties of ontwerpen te maken.

Zo wordt digitale geletterdheid geen extra vakje, maar een versterking van je onderwijs.

Stap 4: bepaal wat leerlingen moeten leren

Als je weet wat je belangrijk vindt, kun je bepalen wat leerlingen moeten leren.

Daarbij kun je gebruikmaken van de conceptkerndoelen van SLO, maar ook van je eigen schoolcontext. Een visie is geen kopie van landelijke doelen. Een visie vertaalt die doelen naar jouw school.

Vragen die helpen:

  1. Wat willen we dat jonge kinderen vooral ontdekken en ervaren?
  2. Wat willen we dat leerlingen in groep 3, 4 en 5 leren gebruiken en begrijpen?
  3. Wat moeten leerlingen in groep 6, 7 en 8 zelfstandiger kunnen?
  4. Welke kennis en vaardigheden bouwen we stap voor stap op?
  5. Welke onderdelen vragen om losse lessen?
  6. Welke onderdelen kunnen we verbinden aan bestaande vakken?

Bij jonge kinderen gaat het vaak om verkennen, spelen, praten, sorteren, patronen herkennen, volgordes maken en eenvoudige digitale middelen gebruiken. In de middenbouw kun je meer aandacht geven aan informatie zoeken, eenvoudige digitale producten maken, veilig omgaan met digitale omgevingen en logisch redeneren. In de bovenbouw kun je dieper ingaan op bronbetrouwbaarheid, media, data, privacy, algoritmes, AI en digitaal burgerschap.

Stap 5: maak keuzes en begin klein

Digitale geletterdheid is breed. Als je alles tegelijk wilt, wordt het snel te groot.

Kies daarom een paar speerpunten. Dat geeft rust en richting.

Voorbeelden van speerpunten zijn:

  1. Mediawijsheid en online gedrag
  2. Informatievaardigheden en brongebruik
  3. Computational thinking in de onderbouw
  4. Digitale creativiteit en presenteren
  5. AI en kritisch denken in de bovenbouw
  6. Privacy en veilig werken
  7. Een doorgaande lijn digitale geletterdheid
  8. Professionalisering van het team

Mijn advies zou zijn: kies iets dat past bij waar je school nu staat. Als collega’s nog onzeker zijn, begin dan met voorbeelden, gesprekken en kleine activiteiten. Als er al veel gebeurt, kun je sneller werken aan een doorgaande lijn.

Stap 6: vertaal de visie naar de klas

Een visie heeft pas waarde als je haar terugziet in de klas. Collega’s moeten kunnen denken: dit begrijp ik, dit past bij mijn groep en dit kan ik uitvoeren.

Maak daarom concrete voorbeelden per bouw.

In de onderbouw kan digitale geletterdheid eruitzien als:

  1. Een route maken voor de Bee Bot
  2. Patronen leggen met blokken of kralen
  3. Samen praten over een foto: is dit echt of nep?
  4. Een digitaal prentenboek bekijken en bespreken
  5. Stap voor stap uitleggen hoe je iets hebt gebouwd
  6. Sorteren op kleur, vorm, grootte of functie

In groep 3, 4 en 5 kan digitale geletterdheid eruitzien als:

  1. Een eenvoudige presentatie maken
  2. Informatie zoeken bij een thema
  3. Bespreken welke website betrouwbaar lijkt
  4. Leren omgaan met wachtwoorden
  5. Een stappenplan maken voor een opdracht
  6. Een digitaal verhaal maken

In groep 6, 7 en 8 kan digitale geletterdheid eruitzien als:

  1. Bronnen vergelijken
  2. Praten over sociale media en groepsdruk
  3. Onderzoeken hoe reclame werkt
  4. Kennismaken met AI en bespreken wat wel en niet betrouwbaar is
  5. Data verzamelen en weergeven in een grafiek
  6. Een digitaal product maken voor een echt publiek

Dit soort voorbeelden maken een visie levend. Het voorkomt dat digitale geletterdheid alleen abstract beleid blijft.

Stap 7: betrek het hele team

Een visie op digitale geletterdheid maak je niet alleen. Natuurlijk kan een kartrekker, ICT coördinator of werkgroep het proces voorbereiden, maar het team moet eigenaar worden.

Ik denk dat dit vaak het moeilijkste onderdeel is. Niet omdat leerkrachten digitale geletterdheid onbelangrijk vinden, maar omdat er al zoveel moet. Taal, rekenen, gedrag, burgerschap, oudercontacten, administratie, toetsen, zorgleerlingen en methodes vragen allemaal aandacht.

Daarom helpt het om niet te beginnen met: dit moet er allemaal nog bij.

Begin liever met:

  1. Wat doen we al?
  2. Waar kunnen we digitale geletterdheid verbinden aan bestaande lessen?
  3. Welke kleine stap is haalbaar?
  4. Waar hebben collega’s ondersteuning bij nodig?
  5. Wie kan een voorbeeldles delen?
  6. Hoe houden we het praktisch?

Professionalisering hoort hierbij. Niet als een losse studiedag waarna iedereen het zelf moet uitzoeken, maar als een doorlopend proces. Denk aan samen lessen ontwerpen, bij elkaar kijken, materialen delen, korte teammomenten en ruimte om te oefenen.

Stap 8: betrek ouders

Ouders spelen ook een rol. Kinderen groeien thuis op met schermen, games, sociale media, YouTube, WhatsApp groepen, AI hulpmiddelen en online informatie. Scholen hoeven ouders niet te vertellen hoe ze alles thuis moeten doen, maar kunnen wel helpen om het gesprek te voeren.

Veel ouders denken bij digitale geletterdheid vooral aan schermtijd. Terwijl het veel breder is. Het gaat ook over informatie beoordelen, online gedrag, privacy, reclame, nepnieuws, creatief gebruik van technologie en omgaan met digitale verleidingen.

In je visie kun je daarom opnemen hoe je ouders betrekt.

Denk aan:

  1. Ouders uitleggen wat digitale geletterdheid is
  2. Tijdens een ouderavond aandacht besteden aan mediawijsheid
  3. Tips geven over schermgebruik en online veiligheid
  4. Laten zien wat kinderen op school leren
  5. Ouders meenemen in nieuwe ontwikkelingen zoals AI
  6. Ouders helpen om thuis het gesprek met hun kind te voeren

Dat hoeft niet zwaar te worden. Soms is een korte ouderbrief, een artikel op de website of een ouderavond al een mooie stap.

Stap 9: maak een actieplan

Na de visie komt het actieplan. Daarin beschrijf je wat je concreet gaat doen.

Een actieplan hoeft niet ingewikkeld te zijn. Het moet vooral duidelijk zijn.

Neem bijvoorbeeld op:

  1. Wat pakken we dit schooljaar op?
  2. Welke groepen doen mee?
  3. Wie is waarvoor verantwoordelijk?
  4. Welke materialen gebruiken we?
  5. Welke professionalisering is nodig?
  6. Wanneer evalueren we?
  7. Hoe leggen we vast wat werkt?

Maak het klein genoeg om uitvoerbaar te blijven. Liever drie dingen goed doen dan tien plannen maken die blijven liggen.

Stap 10: evalueer en stel bij

Digitale geletterdheid verandert snel. Wat vandaag nieuw is, kan over een paar jaar vanzelfsprekend zijn. Denk alleen al aan de ontwikkeling van AI. Daarom moet een visie geen document zijn dat één keer wordt geschreven en daarna vergeten wordt.

Plan vaste momenten om terug te kijken.

Vragen voor evaluatie:

  1. Wat zien we terug in de klas?
  2. Waar lopen collega’s tegenaan?
  3. Welke doelen zijn behaald?
  4. Wat hebben leerlingen nodig?
  5. Welke ontwikkelingen vragen om aanpassing?
  6. Wat moeten we volgend schooljaar anders doen?

Een visie op digitale geletterdheid is dus geen eindpunt, maar een richting. Je blijft leren, bijstellen en verdiepen.

Voorbeeld van een korte visie op digitale geletterdheid

Een visie hoeft niet lang te zijn. Soms helpt het om te beginnen met een korte voorbeeldtekst en die daarna met het team aan te passen.

Voorbeeld:

Op onze school leren kinderen bewust, kritisch, creatief en veilig omgaan met digitale technologie. We zien digitale geletterdheid niet als een los vak, maar als onderdeel van leren, communiceren, onderzoeken en creëren. Leerlingen leren digitale middelen gebruiken, informatie beoordelen, media begrijpen en problemen stap voor stap oplossen. Daarbij besteden we aandacht aan privacy, veiligheid, samenwerking en de invloed van technologie op mens en maatschappij.

Gebruik zo’n voorbeeld niet letterlijk, maar als startpunt voor het gesprek. De waarde zit niet alleen in de uiteindelijke tekst, maar vooral in het gesprek dat je als team voert om tot die tekst te komen.

Checklist voor een visie op digitale geletterdheid

Gebruik deze checklist om te kijken of jullie visie compleet genoeg is.

  1. Beschrijven we waarom digitale geletterdheid belangrijk is voor onze leerlingen?
  2. Sluit de visie aan bij onze schoolvisie?
  3. Is duidelijk welke digitale vaardigheden leerlingen nodig hebben?
  4. Komen ICT vaardigheden, informatievaardigheden, mediawijsheid en computational thinking terug?
  5. Hebben we gekeken naar de conceptkerndoelen digitale geletterdheid?
  6. Is duidelijk wat we al doen?
  7. Is duidelijk wat we nog willen ontwikkelen?
  8. Hebben we keuzes gemaakt voor dit schooljaar?
  9. Is duidelijk wie verantwoordelijk is?
  10. Is er aandacht voor professionalisering van het team?
  11. Betrekken we ouders?
  12. Evalueren we de visie regelmatig?

Als je op veel van deze vragen nog geen antwoord hebt, is dat geen probleem. Dan weet je juist waar het gesprek moet beginnen.

Veelgestelde vragen over een visie op digitale geletterdheid

Wat is een visie op digitale geletterdheid?

Een visie op digitale geletterdheid beschrijft waarom digitale geletterdheid belangrijk is, wat leerlingen moeten leren en hoe de school dit vormgeeft in het onderwijs. Het gaat om richting, samenhang en gezamenlijke keuzes.

Waarom heeft een basisschool een visie op digitale geletterdheid nodig?

Een basisschool heeft een visie op digitale geletterdheid nodig om losse activiteiten met elkaar te verbinden. Zonder visie hangt digitale geletterdheid vaak af van toevallige projecten, materialen of enthousiaste collega’s. Met een visie wordt duidelijk wat de school belangrijk vindt en hoe dit terugkomt in de klas.

Moet digitale geletterdheid een apart vak zijn?

Digitale geletterdheid hoeft niet altijd een apart vak te zijn. Sommige onderdelen kun je los aanbieden, zoals mediawijsheid of programmeren. Andere onderdelen kun je goed verbinden aan taal, rekenen, wereldoriëntatie, burgerschap of creatieve opdrachten. Een combinatie werkt vaak het beste.

Wie maakt de visie op digitale geletterdheid?

Bij voorkeur maakt het hele team de visie samen. Een werkgroep, ICT coördinator, specialist digitale geletterdheid of directie kan het proces voorbereiden, maar draagvlak ontstaat pas als leerkrachten meedenken en de visie herkennen in hun eigen praktijk.

Waar begin je met digitale geletterdheid op school?

Begin met een gezamenlijke verkenning. Wat verstaan jullie onder digitale geletterdheid? Wat doen jullie al? Wat hebben leerlingen nodig? Daarna kun je bepalen welke doelen, materialen en professionalisering passen bij de school.

Wat is het verschil tussen ICT vaardigheden en digitale geletterdheid?

ICT vaardigheden gaan vooral over het kunnen gebruiken van digitale middelen, zoals apparaten, programma’s en bestanden. Digitale geletterdheid is breder. Daaronder vallen ook informatievaardigheden, mediawijsheid, computational thinking, digitaal burgerschap, privacy, veiligheid en kritisch denken.

Hoe vaak moet je een visie op digitale geletterdheid evalueren?

Het is verstandig om de visie minstens één keer per jaar te evalueren. Digitale technologie verandert snel en ook de behoeften van leerlingen en leerkrachten veranderen. Door jaarlijks terug te kijken blijft de visie actueel en bruikbaar.

Tot slot

Een visie op digitale geletterdheid maken hoeft niet ingewikkeld te beginnen. Het begint met een goed gesprek in het team. Wat doen we al? Wat vinden we belangrijk? Wat hebben onze leerlingen nodig? En hoe zorgen we ervoor dat digitale geletterdheid niet afhankelijk blijft van losse activiteiten of enthousiaste individuen?

Voor mij is digitale geletterdheid geen extraatje naast het gewone onderwijs. Het hoort bij de wereld waarin kinderen opgroeien. Juist daarom moeten scholen bewuste keuzes maken. Niet omdat alles digitaal moet, maar omdat kinderen moeten leren omgaan met een wereld waarin digitale technologie overal aanwezig is.

Een goede visie helpt om die keuzes samen te maken.