Van Top tot Teen

0

 

LESFORMULIER

 

 

Naam:

 

Stageschool:

 

Datum:

 

Mentor

 

Groep:

1/2

Docent:

 

Vak:

 

Pabo-groep:

 

Paraaf:

 

 

 

 

Thema / onderwerp

Het lichaam

 

Betekenis

Welke betekenis heeft het thema / onderwerp voor de kinderen? Hoe leg je de relatie met de beginsituatie?

De kinderen weten wat aan hun lichaam zit. Door deze activiteit gaan ze er juist beter naar leren kijken. Ook komen ze erachter wat allemaal kan draaien (en waar dus scharnieren zitten).

 

Bedoeling

Welke bedoeling heb je met deze activiteit? Basiskenmerken, brede ontwikkeling, specifieke kennis, vaardigheden en attituden?

De bedoeling is dat de kinderen steeds beter in de gaten krijgen hoe het lichaam in elkaar zit. Ook al zijn de kinderen nog zó jong, we kunnen ze heus wat kleine dingen leren over het lichaam. Natuurlijk leren ze hier nog heel veel over in latere jaren, maar een begin is dan gemaakt. De kinderen moeten dan ook aan het eind van de les kunnen laten zien wat je allemaal met je ledematen kunt doen. (draaien, kronkelen, slaan, klappen enz.)

 

Persoonlijke aandachtspunten

1.

2.

 


Fasering

Inhoud

Didactische werkvorm

Hoe leid en begeleid je?

Wat doe jij als leerkracht?

Leeractiviteit

Wat doet de leerling?

Organisatie / bronnen

  Welke ruimte kies je?

  Welke materialen en leermiddelen heb je nodig?

  Welke groeperingsvorm hanteer je?

  Welke bronnen heb je geraadpleegd?

Start

 

  Hoe start je de activiteit?

  Hoe maak je jouw bedoelingen duidelijk?

  Hoe wek je de belangstelling?

  Hoe sluit je aan bij de beginsituatie?

 

Duur:

 

Ik start de activiteit door te zeggen:

“Kijk eens wat ik hier heb…. Een héél mooi boek met op de voorkant een …. ?? Een gorilla. We gaan iets heel leuks doen met dit boek, moet je maar kijken.”

 

Na enkele aarzelingen van de kinderen zullen ze allemaal wel meedoen. Het is immers zo leuk, dat ze het ook willen proberen.

 

Duur: 3 minuten

Ik ben ervoor om te zorgen dat iedereen probeert mee te doen, dat het rustig blijft en dat de les structuur goed blijft.

De leerlingen luisteren even en worden stil.

-Het klaslokaal. Iedereen voor me in een kring.

 

-Ik heb enkel en alleen het boek: “van top tot teen” van Eric Carle, nodig.

Voortgang

 

  Beschrijf de inhoud.

  Hoe houd je de belangstelling vast?

  Hoe werk je doelgericht?

  Hoe verwerk je de instructies?

  Op welke manier ga je rekening houden met verschillen?

  Denk aan extra activiteiten.

 

Zie specifieke aanwijzingen vanuit de vak- / vormingsgebieden.

 

Duur:

 

Ik ga heel het boek doorwerken met de kinderen. Zelf doe ik natuurlijk ook mee.

 

Duur: 7 tot 10 minuten

 

(Als er nog tijd over is, doe ik het nog een keer)

Ik probeer iedereen aan te sporen door mee te doen.

De leerlingen doen goed mee.

-Het klaslokaal. Iedereen voor me in een kring.

 

-Ik heb enkel en alleen het boek: “van top tot teen” van Eric Carle, nodig.

Einde activiteit

 

  Hoe sluit je de activiteit af?

  Wat doe je met het geleverde werk?

  Hoe ga je na of de doelstellingen zijn bereikt?

 

Duur:

 

Ik sluit af door te zeggen:

“Nou, was dat leuk of niet? Zullen we het nog een keertje doen? Dan ga ik eens kijken wie het best mee kan doen, goed?”

 

Als er tijd over is doen we het dus nog een keer, anders geef ik de les door aan Sandra door te zeggen:

 

“Nou, jullie hebben heel goed meegedaan! Als jullie heel stil gaan zitten, gaat juffrouw Sandra iets heel leuks met jullie doen.”

 

Duur: 2 minuten

Ik probeer de les te stoppen en iedereen rustig te krijgen.

De leerlingen gaan weer netjes op de stoel zitten en luisteren naar de juffrouw. Deze gaat immers een ander lesje doen of buitenspelen.

-Het klaslokaal. Iedereen voor me in een kring.

 

-Ik heb enkel en alleen het boek: “van top tot teen” van Eric Carle, nodig.

No comments