Restaurant

0

 

Thema: Het restaurant.
 
A Betekenis/bedoeling:
1.
Wij gaan een bezoek brengen aan een restaurant 
2.
De kinderen de sociale beleefdheidsvormen aanleren. Hoe ga je om met de klant.
3.
De kinderen iets laten uitspelen, waarmee ze vertrouwd zijn of vertrouwd worden gemaakt.
4.
Kinderen willen graag de verschillende rollen en interacties, die in deze situatie de kern vormen,
imiteren en uitspelen.
5.
Kinderen willen graag bezig zijn met de veelsoortige spulletjes.
 
B Activiteitenaanbod:
 
1.
Gespreksactiviteiten en andere kringactiviteiten; vraag wie is er wel eens in een restaurant geweest,
het prentenboekje ‘ Een ober van niks" wordt voorgelezen. Er worden liedjes en versjes aangeleerd.
2.
Lees/ schrijfactiviteiten; wij maken een menukaart en reclame borden en een bord met eten wat wij
graag lusten.
3.
Reken/ wiskunde activiteiten; de rekening wordt opgemaakt en de prijzen voor de menu’s worden
berekend. Er wordt een getekend eetbord versierd met het plakken van een reeks. De kinderen gaan
ook rubriceren van voedsel via een folder.
4.
Onderzoeksactiviteiten; hoe ziet een menukaart eruit en de keuken en wat doet de kok en wat de
serveerster etc.
5.
Constructieve activiteiten; de kinderen maken een restaurant en zij verbouwen hem regelmatig.
6.
Spelactiviteiten; zij spelen het leven in een restaurant uit, zowel als klant en als kok of serveerster
7.
Verder maken wij nog verschillende creatieve werkjes, zoals het maken van eten met brooddeeg etc.
 
De cirkel:
1.
Nieuwsgierig zijn.
2.
Communiceren (wat wilt u eten etc.)
3.
Uiten en vormgeven (wat ik wil eten etc.)
4.
Actief zijn en initiatieven nemen (spelen dat je kok/ klant/ serveerster bent). 
5.
Wereld verkennen (hoe gaat het in een echt restaurant).
6.
Samen spelen.
7.
Voorstellingsvermogen en creatief zijn.
 
C Inrichting situatie en voorbereiding
1.
Het restaurant komt in de klas
2.
Er komen tafeltjes en stoelen en kleedjes en bloemen
3.
Er komt eten gemaakt van brooddeeg, er komen placemat (eventueel gemaakt door de kinderen),
borden bestek pannen en potten etc.
4.
Er mogen 2 kinderen in het restaurant werken en de kinderen uit de poppenhok mogen in de eerste
instantie komen eten, als het nieuwtje eraf is iedereen.
5.
Alle kinderen mogen om de beurt in het restaurant spelen.
 
D Start en voortgang:
1.
De kinderen beginnen met het maken van het restaurant en het brooddeeg producten.
 
E Observatie:
 
E De kinderen zijn ‘matig’
bezig:
F De kinderen zijn ‘goed’
bezig
G. De kinderen zijn ‘niet goed’
bezig:
Wij spelen een keertje mee
Wij geven ze uitbreiding voor hun
spel
Wij komen zelf eten of koken of
bedienen.
H. Einde activiteit:
 
 

No comments