Rekenles: Groot, Groter, Grootst

0

 

LESVOORBEREIDINGSFORMULIER

 


Student:

Thom de Vries

Datum:

24 oktober 2007

Mentor:

 

Activiteit:

Rekenles

Methode:

Tijdsduur:

 

30 minuten

 

Paboklas:

2B

Tijd:

 

Stageschool:

 

Locatie:

 

Groep:

1/2

Aantal leerlingen:

24


 

Doelen voor de leerlingen (Wat wil je dat de leerlingen aan het einde van de les bereikt hebben en hoe controleer je dit?)

 

          De lln kennen de begrippen “Groot, Groter, Grootst”, en kunnen deze toepassen.

          De lln kennen eventueel ook de begrippen “Klein, Kleiner, Kleinst” en kunnen deze dan ook toepassen.

          De lln kunnen op volgorde van grootte verschillende voorwerpen ordenen.

          De lln kennen de begrippen “Op een na grootste en op een na kleinste.”  En kunnen deze ook toepassen

 

Persoonlijke doelen (Aan welke gedragsindicatoren wil ik gaan werken tijdens deze lesactiviteit en dat doe ik door…)

 

 

·  1.1.7 Ik kan tactisch en diplomatiek optreden.
Dit zal te zien zijn tijdens mijn lessen. Door goed op mijn woordkeus te letten en hoe ik het breng zodat de lln ook goed naar mij blijven luisteren. Wanneer iets verkeerd loopt het weer op een goede, tactische manier oplossen.

·  3.1.6 Ik zorg ervoor dat de lessen een duidelijke opbouw vertonen.
Door in de lessen een duidelijke opbouw te hebben, dus van makkelijk naar moeilijk en van inleiding naar afsluiting.

 

 

Beginsituatie (Alles wat je vooraf moet weten: hoever met de stof? Wat ging vooraf? Methode? Motivatie kinderen voor vak of onderdeel? Veel gemaakte fouten? Zorgenkinderen?)

 

 

De lln kennen de begrippen groot, groter en grootst waarschijnlijk al wel. Maar kunnen het nog niet helemaal goed plaatsen altijd. In deze les gebruik ik boeken die ik al eens voorgelezen heb aan de lln. Dit zijn boeken van verschillende maten, zodat ze deze ook goed neer kunnen leggen. Ze nemen ook speelgoed of andere spulletjes van huis mee op de woensdag. Dat ik dit gebruik spreekt de kinderen ook erg aan.

 

 

Lesomschrijving: (Wat voor activiteiten ga je deze les uitvoeren?)

 

 

In deze les ga ik het hebben met de lln over de begrippen: Groot, Groter, Grootst. Eerst ga ik aan de lln vragen wat het grootste boek is en wat het kleinste boek is. Dan vraag ik de lln een aantal boeken op de volgorde van groot, groter, grootst te leggen. Nadat het met de boeken gedaan is pak ik het speelgoed van de kinderen erbij, als zij voldoende speelgoed mee hebben wat gebruikt kan worden. Tot slot doen we het met de kinderen op volgorde van grootte neerzetten. Eventueel extra wanneer ik zie dat de kinderen dit goed onder de knie hebben de begrippen klein, kleiner en kleinst op dezelfde manier behandelen.

 

Inleiding

 

Duur

5 minuten

 

Korte omschrijving.

De boeken liggen op de grond, zodat alle lln deze kunnen zien. De lln krijgen een beurt om het grootste en kleinste boek te pakken. Ik stel ook de vraag met welke letter groot begint.

 

Wat doe jij?

Ik heb de boeken op de grond gelegd en vraag aan de lln: Welk boek is het grootst? En welke is het kleinst? Ik wijs lln aan om dit aan te wijzen en een boek op te pakken en aan mij te geven. Wanneer ik zie dat dit verkeerd gaat en dat zullen andere lln ook wel zien. Dan vraag ik of het wel het grootste boek is en laat een andere lln het goede boek pakken. En daarna stel ik de vraag met welke letter grootste begint, de G.

 

Wat doen de leerlingen?

De lln zitten in de kring en wanneer zij de beurt krijgen beantwoorden ze de vraag door het goede boek te pakken. De andere lln letten goed op of hij/zij dit wel goed doet. Dan beantwoorden de lln met welke letter het woord groot begint.

 

Hoe organiseer jij het?

Klassikaal in de kring.

 

Lesmaterialen

Verschillende boeken

 

 

<td valign="top" width="420" style="border-bottom: windowtext 1pt solid; border-left: #e0dfe3; padding-bottom: 0cm; padding-left: 5.4pt; width: 315pt; padding-right: 5.4pt; background: none transparent scroll repeat 0% 0%; height: 3.5pt; border-top: #e0dfe3; border-right: windowte

No comments

Kern

Duur

15 minuten

Korte omschrijving.

Nu pak ik een aantal boeken en vraag de lln om op deze volgorde de boeken te pakken: klein, groter, grootst. Daarna weer een paar andere boeken en nog een paar andere. Dan wordt de volgorde veranderd: groot, kleiner, kleinst. Dit op dezelfde manier. Daarna worden de spulletjes van de lln erbij gebruikt.

Wat doe jij?

Ik pak de boeken die gebruikt worden en vertel wat we gaan doen. De boeken van klein naar groot leggen: Dus eerst een klein boek, dan een groter boek en dan het grootste boek. Ik wijs de lln aan die het mogen doen en vertel dat de rest ook goed moet meedenken. Daarna pak ik de spullen van de lln erbij met de hulpjes en vertel dat we het nu ook doen, maar dan met het speelgoed. En ook weer van groot naar klein.

Wat doen de leerlingen?

Die luisteren naar de uitleg en denken goed hoe ze de boeken neer zouden moeten leggen, ook wanneer zij niet aan de beurt zijn. De hulpjes die helpen de spullen van de kinderen op te halen en leggen dat naast mij neer. Dan gaan de lln weer op dezelfde manier meedenken. Als een lln het fout heeft, mag een andere lln even helpen.

Hoe organiseer jij het?

Klassikaal in de kring.

Lesmaterialen