Leliedans

0

 

Vakgebied(en): Lichamelijke oefening.
 
Inhoud van de aktiviteit/les:
Doelstelling
1.
voor de leerlingen: De kinderen moeten leren samenwerken in een groep. Ik zal terplaatse de
klas in groepen verdelen. Misschien zitten de kinderen bij anderen in de groep dan waar ze zelf
in eerste instantie voor zouden kiezen.
 
Hulpmiddelen. 
24 hoepels of blokken.
 
Uitvoering van de aktiviteit/les.
1.
Inleiding: We rennen (afwisselend door huppelen en hinkelen) in een rondje door de zaal.         
                      Van te voren spreek ik met de kinderen af dat wanneer ik 1 roep de kinderen een 
                      sprong  maken en als ik twee roep ga je zitten op de grond.
2.
Kern: Ik laat de kinderen op de bank zitten en vertel over kikkers 
               die lekker in de vijver rondzwemmen en spelen. Maar er is 
               een gevaarlijk dier voor de kikkers die langs kan komen. Dat is 
               een snoek. Die vindt kikkers zo lekker. Als de snoek langs 
               komt, moeten alle kikkers zo snel mogelijk op de leliebladeren 
               gaan zitten. Het wordt nu een variant op de stoelendans. 
               De kinderen spelen de kikkers. Ik leg alle hoepels of blokken op de grond (dit 
               worden de leliebladeren) De kleuters gaan nu rondlopen. Wanneer ik snoek roep, 
               moeten de kleuters op een lelieblad gaan staan. (of bij een blok staan) Iedereen  
               moet een lelieblad hebben. Met de hoepels kun je het stoelendansidee volgen. 
               De eerste vier keer zijn oefenrondes, daarna doen we de wedstrijdvorm een stuk of 
               vijf keer. Dit laat ik een beetje afhangen van hoe leuk de kinderen het vinden.
3.
Afsluiting/evaluatie: Het spel staan, zitten of hurken? Ik spreek van te voren met de 
  kinderen signalen af voor staan, zitten en hurken. Hierbij laat ik ook 
  zien wat iedere beweging inhoudt. (misschien weten ze niet allemaal wat hurken is)Een             
  kind staat geblinddoekt in de kring. Die moet a.d.h.v. de geluiden raden of we staan, zitten           of
hurken. Het antwoord kan hij nadat ik hem/haar vraag: “Staan we, zitten we of hurken we?
 
Schema bord/lokaal/zaal.
 
De rode cirkels stellen de hoepels/blokken voor. Het groene kruis is het centrale punt waar ik me
grotendeels zal bevinden. Op deze manier heb ik het meest overzicht op de groep.      
 

No comments

Taal begrip

Werken met een kind met het speelleermateriaal Begrippen-taal.