Help de rijmpiet!

0

 

Lesvoorbereidingsformulier

PABO 1

 

                                                                                                             

 

 

 

 

Naam student:                                    

Natascha Neven

Leerjaar:

Pabo 1

Naam mentor:

Karen te Kolsté

Groep:

1a

Naam stagedocent:

Gert Katerberg

Datum:

29-11-2004

Lesnr.

Taal01

 

Onderwerp van de les:

Help de rijmpiet!

 

DOELSTELLING(EN)                                                                                   HULPVRAGEN

Algemeen doel: Ontwikkeling van de taalvaardigheid van de kinderen. Ook moeten de kinderen luisteren naar elkaar en leren dat ze moeten wachten op hun beurt.

 

Concreet doel: aan het eind van deze les weten de kinderen wat rijmen is en hebben ze samen rijmwoorden bedacht op de woorden die ik ze aanbied. Misschien kunnen ze zelfs al makkelijke zinnetjes bedenken.

Wat wil je met deze les bereiken bij de leerlingen?

 

Wat is je concrete doel en bij welk algemeen doel hoort dit volgens jou?

 

 

BEGINSITUATIE                                                                                         HULPVRAGEN  

De meeste kinderen weten al wat rijmen is. Ze kennen het al van gedichten van sinterklaas van vorige jaren en worden er wel vaker mee geconfronteerd (televisie programma’s e.d.)

Wat is het vertrekpunt van de leerlingen ten aanzien van je doelstelling(en)?

 

Welke inschatting maak je ten aanzien van wat de kinderen kennen, kunnen, voelen en weten ten aanzien van je doelstelling(en)?

 

 

 

LEERPUNTEN VOOR JEZELF                                                                   HULPVRAAG

Heb ik het niveau van de kinderen goed ingeschat? Is de les uitgebreid genoeg, of ben ik zo door de stof heen?

Waar wil je in deze les op letten ten aanzien van je eigen vaardigheden?

 

Beschrijf dit zo concreet mogelijk

 

 ORGANISATIE

 

 ONTWERPVRAGEN

We zitten allemaal in kring opstelling, ik heb de kaartjes bij me met de plaatjes van Sinterklaasonderwerpen en heb daar achterop geschreven waar het kaartje over gaat.

 

Zelf even plaatjes zoeken op google die in het onderwerp ‘Sinterklaas’ passen, dit uitprinten op redelijk groot formaat en op stevig papier plakken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 INLEIDING Aansluiting, orientatie, aandacht richten

 

Op welke manier sluit je aan bij de belevingswerelden van de leerlingen?

 

Op welke manier sluit je aan bij een vorige les/ activiteit

 

Weten de leerlingen hoe de les gaat verlopen en wat er van ze verwacht wordt?

 

Welke ‘aandachtvanger’ kun je gebruiken?

 

 

 KERN

 

Welke gevarieerde didactische werkvormen gebruik je?

 

Op welke manier(en) heb je gezorgd voor voldoende afwisseling in de activiteiten voor de leerling?

 

Op welke manier heb je de leerstof overzichtelijk en toegankelijk gemaakt voor de leerlingen?

 

Wat zal de leerlingen aanspreken in de leerstof en op welke wijze kun je hier rekening mee houden?

 

Waar komen de leerlingen (aspecten van) de leerstof tegen in hun leefwereld en op welke wijze kun je dit gebruiken in je les?

 

Op welke wijze heb je er voor gezorgd dat de leerlingen actief met de leerstof bezig zijn?

 

Welke aanschouwelijke middelen kun je bij de les gebruiken?

 

Op welke manier kun je de sfeer in de les optimaliseren?

 

Op welke wijze is er sprake van een logische opbouw in inleiding, kern en afsluiting?

 

Heb je nog goed voor ogen wat je met deze les wilt bereiken?

 

 AFSLUITING

 

Kun je samen met de leerlingen controleren of de doelen van de les bereikt zijn?

Kun je samen met de leerlingen bespreken hoe er in de les gewerkt is?

Kun je een gezamenlijke activiteit bedenken waarmee je de les afrondt?

 

 

 

 

HULPBLAD

<td valign="top" width="589" style="border-bottom: black 1pt outset; border-left: black 1pt outset; pa

No comments

Algemene Voorwaarden

Algemene Voorwaarden Deze algemene voorwaarden zijn van toepassing op uw gebruik van de website met het adres www.JaJuf.nl en de aanverwante sites (‘website’). Toegang tot ...

UITVOERING VAN DE LES

 

 INLEIDING

Ik vertel de kinderen dat ik de week ervoor een rijmpiet ben tegengekomen. Deze rijmpiet zat heel erg hard te huilen, want hij kon helemaal geen gedichten meer verzinnen! Het lukte hem namelijk niet meer om rijmwoorden te bedenken. Gelukkig heb ik een klas vol met knappe kinderen die zwarte piet wel willen helpen.

 

 

 

 

 

 KERN

Ik vraag de kinderen wie er weet wat rijmen is en of ze een voorbeeldje kunnen geven. Ik heb de kaartjes met de plaatjes bij me, die heb ik van zwarte piet gekregen. We gaan samen door de kaartjes heen, ik laat eerst een kaartje zien, ik vraag wat erop staat en vraag of ze een rijmwoord weten. Als dit lukt, vraag ik of ze er ook een zinnetje van kunnen maken. Bij elk van mijn vragen is het de bedoeling dat de kinderen hun vinger opsteken en pas wat zeggen als ik ze een beurt geef. Ik schrijf al hun zinnen/ woorden op.