Grabbelton

0

Muziek:
Tempo + inzetten, eindigen, veranderen en uitbeelden

 

Muziekbronnen

Een cassette met het nummer ‘Grabbelton’ (vocaal en instrumentaal). Bijvoorbeeld ‘Kleuterdansen 3’ van uitgeverij Nevofoon.

Liedtekst:
Grabbel, grabbel in ’t zaagsel,
grabbel met je ogen dicht.
Grabbel, grabbel in ’t zaagsel,
voel maar of er nog wat ligt
Maar… Ogen dicht!

 

 

Leervoorstellen / -opdrachten

  1. Eigen ‘invullingen’ n.a.v. gezongen teksten (grabbelen, enz.).
  2. Huppelen, zijwaarts galopperen, stappen-gaan. 

Zie ook onder begeleiding leerkracht.

 

 

Richting en ruimtegebruik

  1. Grote kringvorm rond touwring of middencirkel (= grabbelton).
  2. Eigen route buiten de touwring of middencirkel.

 

 

Groeperingen van leerlingen

  1. Individueel

    Later:

  2. Bij het grabbelen individueel.
  3. Bij het vlugge muziekdeel: tweetallen op de plaats of kris-kras door de ruimte, maar
  4. Bij het grabbelen weer naar de centrale grabbelkring.

 

Begeleiding leerkracht

Kinderen staan rondom de ‘grabbelton’ (touwring / middencirkel)

  1. Muiziekbron zin 1 (langzame deel) laten horen en leerlingen bevragen over wat ze gehoord hebben. Vertel ze dat ze aan de rand van de grabbelton staan.
  2. Het langzame muziekdeel over ‘grabbelen’ laten horen. De kinderen voeren aan de raand van de grote grabbelton de gezongen handelingen uit.
  3. Het vlugge muziekdeel laten horen. De kinderen mogen aan de rand op de plaats op eigen wijze vlug gaan dansen. Als de muziek langzaam gaat, dan moeten de kinderen weer grabbelen (langzaam).
  4. Als bij 3, maar in plaats van op de plaats, bij het snelle deel buiten de ring huppelen, totdat je weer ‘grabbelen’ hoort. Dan ga je terug naar de grabbelton en ga je daar weer grabbelen.

No comments

Fantasie uitbeelden

In deze les gaan de kinderen fantaseren. Ze pakken denkbeeldige cadeautjes uit en spelen ermee. De klas raadt wat het kind gekregen heeft.