Gedicht Lente

0

Duur

(min.)

Lesfasen en lesinhoud

(Wat)

Didactische werkvormen, klasschikking, groepering … (Hoe)

     

 

 

 

1.introductie

 

 

 

 

2. Kern

2.2Productievie fase

-vertelpantomime:

Je wordt wakker na een tijdje goed te hebben geslapen. Je geeuwt en strekt jezelf uit. Je loopt naar buiten en alles is bedekt met sneeuw,Je bent verbaasd, zoiets heb je nog nooit gezien. Je bukt je en maakt een sneeuwbal. Plotseling komt je broertje ook naar buiten gelopen en hij gooit een sneeuwbal en raakt je recht in je gezicht. Je veegt even de sneeuw uit je ogen en gooit zo snel als je kan jouw sneeuwbal tegen hem. Je sluit je ogen om de rest van de sneeuw er vanaf te vegen en als je je ogen terug open doet zie je plots allemaal bloemen om je heen. De sneeuw is in het niets verdwenen en rondom je vliegen er allemaal vogels die vrolijk fluiten. Je neemt even de tijd om naar dit heerlijke gezang te luisteren. Plots zie je voor je een mooie bloem staan, je plukt deze en ruikt eraan, De bloem ruikt werkelijk heerlijk. Je legt je even neer op het gras om even van het mooie zonnetje te genieten. Je sluit je ogen en ligt even roerloos stil. Je begint het vrij warm te krijgen en je opent je ogen om te kijken waar die warmte vandaan komt. De zon staat hoog aan de hemel en jij ligt in je badpak aan het zwembad. Je ziet in de verte één van je vriendjes zwemmen en je springt vlug in het water en zwemt naar hem toe. Maar hoe hard je ook zwemt ,je komt maar niet dichter. Uiteindelijk geef je het uitgeput op en verlaat het zwembad. Je ziet tegenover het zwembad een vijvertje liggen met een vishengel bij. Je pakt de vishengel en gooit hem uit. Je zet je erbij neer en wacht tot je beet hebt, maar het wilt maar niet lukken en je begint je een beetje te vervelen. Dan merk je een blaadje op dat naar beneden dwarrelt, en voor je het weet vallen er nog meer blaadjes naar beneden. Je probeert er uit de lucht te vangen en voor je het weet heb je wel 10 blaadjes met alle verschillende kleuren vast in je hand. Plotseling moet je niezen en schiet je rechtop in je bed en besef je dat het allemaal maar een droom was.

 

ja/nee

 

2.2.Receptieve fase

2.2.1. De lkr draagt het gedicht éénmaal voor.

 

Lente:

 

Vogeltjes fluiten in de boom,

Het is net een mooie droom.

 

Stilletjes word ik wakker,

En mijn mama komt net terug van de bakker.

 

De zon staat hoog in de lucht,

en ik sta op met een kleine zucht.

 

Ik kom buiten en voel de kriebels in mijn buik,

door die heerlijke bloemen die ik ruik.

 

De kikker kwaakt vrolijk in de plas,

en springt met een plof op het gras.

 

De bijtjes vliegen vrolijk op de bloemen,

Wat hoor ik toch hier rondom mij zoemen.

 

De hond blaft vrolijk mee,

En zelfs de ree jammert mee.

 

De lente maakt iedereen vrolijk en blij,

en nu ga ik eten een lekkere boterham met gelei.

 

 

2.2.2. Bespreking van het gedicht

a. Eerste indrukken

 

 

 

 

b. Bespreking van vorm

 

Het gedicht bestaat uit 8 strofen waarbij de 2 verzen van elke strofe rijmen

 

 

 

 

 

 

 

2.3.Expressieve fase:

 

 

2.3.1. inoefenen van het gedicht

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.2 Voordragen

 

 

Aandachtspunten:

-expressief lezen

-vlot lezen

-samenwerking

-gepaste intonatie

-oogcontact met de andere leerlingen

 

 

 

 

2.4 Creatief schrijven

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3. Slot: Evaluatie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Welk is jullie favoriete seizoen? Wat doen jullie graag in de winter? Wat in de zomer? Wat in de herfst en wat in de lente?

 

 

 

 

 

Vertelpantomime:

Instructie: We gaan tijdsprongen doorheen de seizoenen maken. Ik lees een verhaaltje voor en terwijl ik jullie voorlees mogen op een rustige manier door de klas lopen en doen wat ik zeg. We maken wel geen geluid en bosten niet tegen elkaar aan.

 

 

Vond je het leuk om dit te doen?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Verbaal aanbieden

Vogeltjes fluiten in de boom,

Het is net een mooie droom

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Klasgesprek

– wat vonden jullie van het gedicht?

-wat vond je mooi in het gedicht?

-waar moest je mee lachen?

-Wie vond het gedicht maar niks?

 

O.L.G.

-Hoeveel strofen zijn er?

-Wat valt er op in verband met het rijm?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Groepswerk(4)

Instructie:

Jullie krijgen nu de tijd om per 4 het gedicht in te oefenen. Het is de bedoeling dat jullie vlot lezen, met gevoel, luid en duidelijk en dat jullie in groep samenwerken.

Uitvoering:

-De lln. oefenen de tekst in.

Controle:

-De lkr gaat rond en begeleidt en controleer.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Voordragen

De verschillende groepjes dragen het gedicht voor.

 

Klasgesprek

De lkr stelt enkele vragen(als je wilt antwoorden steek je je vinger op.

-Vonden jullie het gedicht expressief voorgedragen?

-Werd het gedicht vlot voorgelezen?

-Was er een goede samenwerking en een goede intonatie

-Maakt de lln oogcontact.

 

 

 

Groepsgesprek

Instructie:

Probeer per twee eens een gelijkaardig gedicht te schrijven, over de lente.

Uitvoering:

De leerlingen schrijven per twee een gelijkaardig gedicht over de lente.

Controle :

De leerkracht loopt rond en na afloop lezen enkele groepjes hun gedichtje voor.

 

Klasgesprek:

Vonden jullie dit een fijn gedicht om rond te werken?

Waarom?

No comments