Dansles

0

 

 

 

 

Postbus 568

7550 AN Hengelo

M.A. de Ruyterstraat 3

7556 CW Hengelo

Tel. 074-2559100

 

Postbank 813949

Rabo Hengelo 32 75 08 027

info@edith.nl

www.edith.nl

Fax 074-2559191

VOORBEREIDINGSFORMULIER

Pabo 2,

Pabo 3, periode 1

Student(e)

Klas

Opleider

Stageschool

Plaats

Mentor

:    Marleen Gunnink

:    VR2E

:    Paulien Molthof

:    M.L.Kingschool

:    Denekamp

:    Ivanka Zuijdendorp

 

Datum

Groep

Aantal lln.

 

:    2004/2005

:    2

:    18

Vak- vormings- gebied, speelwerkthema of onderwerp:

: Dans

 

Stage opdracht van: (aankruisen)

 

 

X

 

mentor

opleiding

eigen keuze

Lesdoel (gedrag – inhoud- omstandigheden – criterium):

De leerlingen kunnen de dansen ‘De Zee’ en ‘Water’ uitvoeren. De leerlingen kunnen op de plaats waar ze zijn bewegingen kleiner en groter maken.

Persoonlijk leerdoel:

Kijken of alles goed verloopt

Letten op de tijd.

Beginsituatie:

In het ‘rooster’ staat geen uur gepland voor het vak dans. Ze maken wel bewegingen op muziek wanneer er een nieuw lied wordt aangeleerd. Twee keer per jaar hebben ze een breek-de-week show en hierbij moeten ze dansen/ toneelstukjes opvoeren/ versjes opzeggen etc. Hierbij maken ze altijd wel dansjes.

Aandachtspunten: voor derdejaars: (aankruisen wat van toepassing is)

 

 

 

NT2

ICO

gebruik van methodes

projectonderwijs

evaluatie (toetsing)

maatschappelijke doelen

 

 

 

 

aanvankelijk leerproces

adaptief onderwijs

klassenmanagement

 

 

 

Checklist materialen:

Handtrom met stok

cd-speler en cd A, nummers:

♪4 alles in de wind (lied, instrumentaal)

5 de zee (lied, zonder begeleiding)

6 de zee (lied, met begeleiding)

7 water (lied: couplet)

 

                     


Lesfase

Tijd

Leerinhoud

Didactische aanpak, leerlingactiviteiten, organisatie en middelen

Opmerkingen mentor / docent

Oriëntatie +

Uitleg + verwerking

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kern +

Uitleg + verwerking

 

 

 

 

 

+ 5 min.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

+ 20 min.

 

 

Het strand

De kinderen zitten verspreid in het lokaal op de grond. Laat ze kort vertellen wat je op het strand kunt doen, zolas lopen of rennen in het zand, of springen op hard nat zand.

Een bewegingsverhaal

Ik neem de kinderen mee in een klein bewegingsverhaal. Ik laat de volgende bewegingen, ondersteund door m’n spel op de trom, aan bod komen.

* ‘Loop met zware, duwende bewegingen, alsof je door het losse zand loopt’.

– Ik speel een zwaar ritme, door langzame, vegende bewegingen over het vel van de handtrom te maken.

* ‘Maak voetafdrukken met de teen, hiel,de zijkant van de voet of de heel voet, terwijl jullie wandelen.’

– Ik speel een wandelritme: rustige, regelmatige slagen op de trom.

* ‘Maak snelle, voorzichtige pasjes, alsof je voetzolen geprikt worden door scherpe schelopen. Blijf af en toe even stilstaan op zacht zand zonder schelpen.’

– Ik speel een licht ritme: lichte tikjes, dubbel het wandeltempo. Ik maak af en toen korte stops van 2 `s 3 tellen en wissel die af met langere stops van 5 à 6 tellen.

Dansen als grote en kleine golven

De kinderen staan op een vrije plek in het lokaal.

4 de kinderen proberen op de muziek allerlei golfbewegingen met hun armen uit. Als ik de muziek harder zet, dan worden de golfbewegingen groot; als ik de muziek zachter zet, dan worden de bewegingen klein.

Hierna doe ik hetzelfde, maar nu maken de kinderen de golfbewegingen  met het hele lichaam.

Golven voordoen en nadoen

4 → daarna doe ik de volgende golfbewegingen voor, de kinderen doen mij na.

a.       beweeg met het hele lichaam steeds van voren naar achteren. De voeten blijven op de plaats.

b.       Zoals hierboven, nu de armen mee laten schommelen.

c.        Dein met het hele lichaam heen en weer van links naar rechts en terug. De voeten blijven op de plaats.

d.       Zoals bij hierboven, laat de armen zijwaarts meezwaaien.

We wisselen het voorwaarts en zijwaarts golven af, maak de bewegingen afwisselend groot en klein.

 


 

Lesfase

Tijd

Leerinhoud

Didactische aanpak, organisatie en middelen

Opmerkingen mentor / Docent

 

<span style="font-family: Arial; font-size: 9pt; mso-bidi-font-size: 10.0pt; mso-bidi-font

No comments

Rekenen/Wiskunde – Kleur

Kinderen leren vormen en kleuren (benoemen en) herkennen. Kinderen leren verschillende eigenschappen aan vormen toekennen.